Ken je dat moment? Wanneer een kind je met fonkelende ogen trots vertelt over wat hij net gedaan of gezien heeft, wanneer een kind je iets laat zien waar hij met veel plezier hard aan gewerkt heeft, wanneer je kinderen ziet genieten van het ontdekken van nieuwe mogelijkheden … Deze momenten hebben iets bijzonders. Het raakt hen en het raakt jou.

De betekenis van die gebeurtenissen draagt echter veel verder dan dat ene moment. Het gaat om de kracht, de dynamiek die ‘leren en ontwikkelen van kinderen’ heet, die hier aangesproken wordt. Het openbloeien van nieuwe talenten(kiemen).

In dit eerste blogartikel in een reeks van vijf scheppen we een theoretisch kader rond talentwerking . In de volgende artikels vertalen we dat kader graag naar de context van kinderopvang en onderwijs.

Wat is talent eigenlijk (niet)?

‘Le talent, ça n’existe pas. Le talent c’est avoir l’envie de faire quelque chose …’.
(Jacques Brel)

Bij het woord talent denken we vaak aan zeer uitzonderlijke prestaties op een bepaald domein: een rekenwonder, een vlotte spreker, sporttalent, muzikaal of kunstzinnig talent … Op televisie zien we nog steeds allerlei talentenjachten waarin ook kinderen bijzonder sterk uit de hoek komen. We zijn verbaasd over wat ze allemaal kunnen. Maar vaak is er aan het eind slechts eentje de winnaar … Maar wat is talent hebben dan eigenlijk?

Wij sluiten aan bij de stelling van Jacques Brel: ‘Le talent, ça n’existe pas. Le talent c’est avoir l’envie de faire quelque chose …’. Talent is zin hebben – goesting, veel goesting – om iets te doen. Wij zien talentontwikkeling als het op gang brengen van een positieve dynamiek, die het beste uit elk kind naar boven haalt en hem doet groeien en ontwikkelen. We zoeken met andere woorden naar ‘talentenkiemen’: talent begint met een sterk vermoeden van een potentieel. Een kiem die wil uit groeien tot een bijzondere competentie en daarvoor alle kansen die de omgeving biedt, opzoekt en benut. (Aerden I., 2011)

Al op jonge leeftijd

Het ontdekken van talentenkiemen is iets dat soms al op heel jonge leeftijd opgemerkt kan worden. Je kunt hele grote verschillen zien in de wijze waarop jonge kinderen spelen. Sommige kinderen zijn vooral gericht op taal en communicatie, anderen exploreren liever de (materiële) wereld rondom hen. De ene speelt vooral fantasiespel en de andere wil met auto’s spelen of eetservies meer ordenen, nog anderen willen vooral bewegen … en sommigen combineren al deze dingen. Dit kan wel evolueren in de tijd, maar toch merk je bij het terugblikken dat er dingen zijn die een kind typeren. Dat dit betekenisvol kan zijn, wordt bevestigd door Danielle Krekels (2005), een psychologe die voor de selectie en screening van ingenieurs tijdens diepte-interviews peilt naar het kinderspel en interesses op jonge leeftijd. Volgens haar ervaring verwijst dit naar kerntalentendie ze later ook kunnen inzetten in hun job.

 

Alles start bij een positieve en waarderende bril

‘If you focus on problems, you find more problems, if you focus on successes, you find more successes.’ (Mac Odell)

Als we binnen onderwijs leerkrachten bevragen, kennen ze de kinderen die dreigen uit te vallen vaak al als ze in de kleuterklas binnenkomen. Ondanks volgsystemen en zorguren, slagen we er echter nog te weinig in hier verandering in te brengen. De vraag die wij hierbij durven stellen is: focussen we niet te hard op tekorten en creëren we daarmee niet bijkomende problemen ?

Inzetten op talenten betekent dat we de focus op tekorten verleggen naar het zoeken naar krachten in een kind. Wat doet het kind wel goed? Waar lukt het wel? Waar liggen mogelijkheden en krachten? Wat motiveert het kind? Wat daagt het kind uit? Dit zoeken naar krachten vraagt een breed kijken naar ontwikkeling van kinderen. Het vergt een expliciteren van wat je echt belangrijk vindt als school of kinderopvang voor de ontwikkeling van kinderen. Het wil een aanpak die op zoek gaat naar wat kinderen aan mogelijkheden binnenbrengen. Kinderen moeten hun talenten kunnen verkennen. Wie nooit een muziekinstrument in handen heeft gehad, weet ook niet hoe het voelt om er een melodie mee te maken. Wie weinig samen met anderen optrekt, ontdekt ook niet hoe ‘anders’ iedereen is en ervaart niet hoe boeiend dit kan zijn in samenspel.

Alle domeinen verdienen aandacht, zodat kinderen kunnen ontdekken wat hen drijft en boeit en waar ze zin in hebben om er helemaal voor te gaan. Let wel, dit is geen pleidooi om elk domein in afzonderlijke vakken op te splitsen en aan kinderen aan te bieden! Wel pleiten we voor het creëren van een rijke, complexe leeromgeving waarin elk domein geïntegreerd aangesproken kan worden. We mogen immers niet vergeten dat ook de ontwikkeling van kinderen niet in vakjes ingedeeld is.

Betrokkenheid

Talentwerking heeft te maken met een benadering die op zoek gaat naar de motivatiekrachten van kinderen en vertrekt vanuit “betrokkenheid” (Laevers). Betrokkenheid is te vinden binnen die domeinen waar kinderen zich uitgedaagd voelen, waar kinderen zich goed voelen. Via betrokkenheid gaan we op zoek naar wat kinderen echt boeit en bouwen we hierop verder. Hun betrokkenheid verwijst naar er “goesting” in hebben. En net dit zijn signalen dat er talentkiemen aanwezig zijn die wachten om tot ontwikkeling te worden gebracht in de juiste leeromgeving.

Werken vanuit talenten opent de mogelijkheden van een groeimodel waarbij de context (kinderopvang of onderwijs )vooral versterkt en voortbouwt op wat een kind al kan, eerder dan een kind te remediëren rond wat het nog niet kan. Het is een tegengewicht voor het zogenaamde deficit-denken. Hoe klein het succes ook is, het moet kansen krijgen om te kunnen groeien. Je aandacht richten op het positieve is meer dan een trucje. Het gaat erom naar jezelf en de wereld te kijken en vooral de krachten en mogelijkheden te zien die we kunnen benutten, in plaats van tekorten en onmogelijkheden. Via talentcontext maak je werk van een sterk zelfvertrouwen en motivatie.

Fixed en growth mindset

Die motivatie is fundamenteel en vandaar dat we het talentverhaal niet los kunnen koppelen van de theorie van Carol Dweck (2006). Zij beklemtoont dat kansen op ontwikkeling samenhangen met het zelfbeeld (self-beliefs) en met name het feit dat kinderen ervaren dat ze zelf de sleutel kunnen zijn tot succes. Dat ze ervaren dat ze door volgehouden inspanningen ook vorderingen kunnen maken en dat leren en talenten ontwikkelen ook iets voor hen is. Dweck hanteert het begrippenpaar “fixed mindset” en ” growth mindset”. Iemand met een ‘fixed mindset’, beschouwt talent als iets dat vaststaat. Heb je geen talent, dan heeft inspanningen leveren ook geen zin. Mensen met een growth mindset zijn groeigericht en willen voortdurend verkennen hoe ze verder kunnen geraken.

Ze hebben een leerhouding die gericht is op uitdagingen zoeken en grenzen verleggen. Daardoor blijven ze groeien. Het positieve nieuws van Carol Dweck is dat je kinderen naar een growth mindset kunt brengen. De mindset is veranderbaar!

 

Eigenaarschap van het kind

Kinderen aanspreken op hun sterktes geeft hen vertrouwen, maar het leert hen ook wat hen ligt en waar ze goed in zijn. Zelfkennis heet dat. Weten wat ze kunnen, gecombineerd met zelf vertrouwen, hebben ze immers nodig om problemen te durven aanpakken (Tex Gunning, 2011).

Het zoeken naar krachten is niet iets dat boven het hoofd van het kind kan gaan. Daarom spreken we ook over talentenkiemen, waarmee we verwijzen naar een intern aangestuurd ontwikkelingsproces. De kracht zit dus in de persoon. Het is het kind zelf dat aanvoelt wat hem precies aanspreekt en ligt, welke dingen hem kracht en energie geven … Die kracht heb je nodig opdat je ergens heel veel tijd en energie in wil investeren, opdat een kiem kan openbloeien tot een talent. Om ergens goed in te worden, moet je het immers vooral heel vaak en heel veel willen doen, er echt voor willen gaan. Daarom is het belangrijk dat we het kind eigenaarschap geven over zijn zoekproces naar talenten.

Inzetten op sterktes en interesses van kinderen stimuleert  hen om op zoek te gaan naar een positieve dynamiek. We willen kinderen vooral zelf laten verkennen waar hun passie en betrokkenheid ligt (bijv. met de Talentenarchipel – zie bijdrage 2 in deze reeks) en hen hierin willen stimuleren om door te groeien. Ontwikkeling van zelfsturing of ‘eigenaarschap’ heeft daarom als sturend organisme een bijzondere plaats.

Coöperatieve context

Elke ontwikkelingsfase van het kind, elke nieuwe context (thuis, in school, in de jeugdbeweging …) biedt nieuwe kansen om talenten te ontdekken, als je er maar voor open staat. Kinderen hiertoe stimuleren is een voorwaarde om echt talenten te ontwikkelen. Het geeft hen een positief zelfbeeld en het zelfvertrouwen om eigen grenzen te durven verleggen.

De rol van de omgeving in het zoeken naar talenten krijgt dus een belangrijke invulling: waardering van zowel ouders, begeleiders, leerkrachten en klasgenoten … Ze is erop gericht kinderen te versterken in hun acties en intenties en hierbij kansen te creëren die nodig zijn om te groeien. Maar ook de activiteiten (en partners) buiten de school en kinderopvang zijn belangrijk om mee te nemen. We pleiten er dan ook voor om in te zetten op het samenbundelen en afstemmen van deze invloeden.

Het talentverhaal is dus geen puur individualistisch gebeuren, waarbij ieder louter zijn eigen ding doet. Talenten aan elkaar tonen, elkaar zo prikkelen en inspireren,… talent groeit in een coöperatieve context, door elkaar aan te vullen en te versterken. Je hebt de andere nodig om je eigen talenten te ontdekken en te verdiepen; de anderen hebben jou nodig om zichzelf te leren kennen. Zo omgaan met elkaar zorgt voor een positieve groepsdynamiek.

Goesting om te doen

De talentbenadering appelleert ons om de aandacht bewuster te richten op waardering en groei, door vooral te kijken wat kinderen al goed, gedreven of graag doen, waar ze er vol willen voor gaan en zich inspannen, waar ze hun grenzen opzoeken en voelen dat ze groeien,  waar ze hoog betrokken op zijn. We willen dat kinderen op meer momenten positieve ervaringen opdoen, dingen van zichzelf kunnen ontdekken en hierin een stimulans voelen om het te mogen herhalen, te verdiepen, te groeien zonder dat er direct een meetlat langs ligt, die zegt of het wel goed genoeg is. Het gaat om het vertrouwen dat kinderen zo verder kunnen groeien in plaats van enkel te focussen op tekorten of op ‘directe resultaten’. Zo kan iedereen groeien op eigen tempo en niveau. We voeden door het werken met talenten niet enkel het zelfbeeld van kinderen, we geven hen ook de basis mee waarin ze ervaren wat flow is, waar ze via inspanningen kunnen groeien en waar talenten die niet direct zichtbaar zijn kunnen ontkiemen.

Dit blogartikel is een bewerking van het oorspronkelijke artikel “Inzetten op elk-anders talent” – Ilse Aerden (CEGOpracticum 2 – Talenten in de kijker)

Bekijk vanaf 3 maart onze nieuwe webinar rond talenten!

Deel 2: de 9 eilanden van de talentenarchipel